ECLI:NL:CRVB:2007:BA4207
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken blijvende invaliditeit
Appellante, geboren in 1941 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van psychische klachten die zij toeschrijft aan haar internering in kamp Soemobito tijdens de Bersiap-periode. Haar aanvraag werd in 1996 afgewezen omdat geen blijvende invaliditeit was vastgesteld. Dit besluit werd in 1999 door de Raad bevestigd, waarbij werd vastgesteld dat haar klachten vooral voortkomen uit jeugdtrauma's veroorzaakt door haar getraumatiseerde vader.
In 2005 diende appellante een nieuwe aanvraag in, onderbouwd met een diagnose van posttraumatisch stress syndroom (PTSS) door Centrum’45. Verweerster wees deze aanvraag af omdat ook nu geen blijvende invaliditeit door oorlogsgeweld werd vastgesteld. Een medisch onderzoek door een geneeskundig adviseur concludeerde dat de PTSS en depressieve stoornis vooral verklaard worden door langdurige mishandeling door vader en echtgenoot.
De Raad oordeelt dat verweerster zorgvuldig heeft gehandeld door aanvullend medisch onderzoek te laten verrichten en dat het besluit voldoende gemotiveerd is. Er is geen nieuw medisch bewijs dat de psychische klachten van appellante substantieel veroorzaakt worden door haar ervaringen tijdens de Bersiap-periode. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van blijvende invaliditeit door oorlogsgeweld.