ECLI:NL:CRVB:2007:BA4211
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing WUV-uitkering wegens onvoldoende kennisvergaring
Appellant, geboren in 1927, diende in juni 2005 een aanvraag in voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Verweerster wees de aanvraag af omdat het verblijf van appellant in verschillende huizen van bewaring en kamp Amersfoort niet werd beschouwd als vervolging in de zin van de Wet. Verweerster stelde dat appellant was gestraft vanwege het wegnemen van een fiets van een Duitser en dat de straf niet extreem was volgens destijds geldende Nederlandse normen.
Appellant voerde in bezwaar en beroep aan dat de straf, met name de internering in kamp Amersfoort, buitensporig was. De Raad constateerde dat verweerster niet had toegelicht waarop het oordeel over de proportionaliteit van de straf was gebaseerd. Er ontbraken onderliggende stukken en gegevens die inzicht gaven in de context van de gevangenneming.
De Raad oordeelde dat verweerster onvoldoende onderzoek had gedaan, met name geen nader onderzoek bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie had verricht, waardoor niet duidelijk was of andere motieven voor de gevangenneming bestonden. Dit betekent dat verweerster niet voldeed aan de verplichting uit artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht om de nodige kennis te vergaren bij besluitvorming.
Daarom verklaarde de Raad het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerster een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Tevens werd verweerster gelast het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de WUV-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende kennisvergaring door het bestuursorgaan.