ECLI:NL:CRVB:2007:BA4238
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Nabetaling AOW pensioen in mindering gebracht op WUV-uitkering
Appellante ontving een nabetaling van €3.323,59 netto wegens herziening van haar recht op AOW pensioen vanaf april 2000, nadat bleek dat ten onrechte een korting was toegepast. Verweerster bracht deze nabetaling terecht in mindering op de periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV), conform artikel 60 van Pro de Wet.
Appellante stelde dat verweerster op grond van artikel 61a van de Wet van terugvordering had kunnen afzien, maar de Raad oordeelde dat het dwingendrechtelijke karakter van artikel 60 geen Pro andere mogelijkheid liet dan terugvordering. De terugbetaling geschiedde via maandelijkse inhouding van €50, wat niet onredelijk werd bevonden.
Verder werd het standpunt van appellante dat verweerster haar zorgplicht niet had nagekomen verworpen. De Raad stelde dat de gang van zaken, waarbij verweerster financiële gegevens verzamelde, diende tot een juiste berekening van de uitkering en dat mocht worden uitgegaan van de juistheid van schriftelijke gegevens.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen toepassing gegeven aan proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 5 april 2007.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de terugvordering van de nabetaling AOW pensioen via inhouding op haar WUV-uitkering wordt ongegrond verklaard.