ECLI:NL:CRVB:2007:BA4251

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 april 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
04-7098 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk bevestigd

Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg die een weigering van een WAO-uitkering aan betrokkene had vernietigd. Betrokkene werd door de verzekeringsarts als geschikt voor haar eigen werk beoordeeld, maar de rechtbank had dit oordeel ter discussie gesteld vanwege onvoldoende waardering van psychiatrische informatie.

De Centrale Raad benoemde een onafhankelijke psychiater, J.D.J. Tilanus, die concludeerde dat betrokkene geen psychiatrische afwijkingen vertoonde die haar arbeidsongeschiktheid konden rechtvaardigen. De Raad volgde dit deskundigenrapport en oordeelde dat de medische beperkingen correct waren vastgesteld.

De Raad verwierp het verzoek tot nader onderzoek door een internist en neuroloog en bevestigde dat betrokkene geschikt was voor haar werkzaamheden als telefoniste/receptioniste. Hierdoor werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkene geschikt is voor haar eigen werk en wijst het beroep op WAO-uitkering af.

Uitspraak

04/7098 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 9 november 2004, 04/254 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
[betrokkene] (hierna: betrokkene)
en
appellant.
Datum uitspraak: 27 april 2007
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Namens betrokkene heeft mr. C. Bijlsma, advocaat te Middelburg, een verweerschrift ingediend.
Op verzoek van de Raad heeft J.D.J. Tilanus, psychiater, als deskundige van verslag en advies gediend bij rapport van
11 oktober 2006.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 maart 2007, waar partijen met bericht van verhindering niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
Bij besluit van 5 maart 2004 (het bestreden besluit) heeft appellant in bezwaar gehandhaafd zijn besluit van 30 juli 2003, waarbij een uitkering aan betrokkene ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering is geweigerd omdat betrokkene geschikt is geacht voor haar eigen werk.
Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De rechtbank heeft dit beroep bij de aangevallen uitspraak gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, appellant veroordeeld tot betaling van de proceskosten en bepaald dat griffierecht aan betrokkene dient te worden vergoed. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat de bezwaarverzekeringsarts K. Kok onvoldoende gewicht heeft toegekend aan de informatie van de psychiater A.G. Kunst en heeft het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts Kok, dat niet aannemelijk is geworden dat de medische toestand die heeft geleid tot hervatting per 10 november 2003 van de psychiatrische behandeling al ten tijde van de datum in geding aanwezig was, niet voor juist gehouden. Hierdoor zijn volgens de rechtbank de medische beperkingen van betrokkene niet juist vastgesteld.
Tegen deze overwegingen van de rechtbank richt zich het hoger beroep van appellant. Appellant heeft aangevoerd dat in het rapport van de bezwaarverzekeringsarts Kok uitvoerig aandacht is besteed aan de informatie van de psychiater Kunst en dat gemotiveerd te kennen is gegeven welke betekenis en welk gewicht uit medisch oogpunt en in het licht van de te stellen beperkingen aan de psychiatrische bevindingen moet worden gehecht. Voorts is aangevoerd dat de rechtbank bij twijfel aan de juistheid van de medische grondslag van het bestreden besluit een deskundige had dienen in te schakelen. De Raad heeft vervolgens besloten om als onafhankelijk deskundige te benoemen J.D.J. Tilanus, psychiater.
Tilanus heeft in zijn rapport geconcludeerd dat betrokkene ten tijde van belang geen van belang zijnde, als ziekte of gebrek op het vakgebied van psychiatrie aan te merken, afwijkingen in haar gezondheidstoestand had en aangegeven dat hij zich kan verenigen met de door de verzekeringsarts J.J. Matthijsse vastgestelde belastbaarheid.
In reactie op het deskundigenrapport heeft appellant aangevoerd dat Tilanus de juistheid van het door hen ingenomen standpunt over de psychische belastbaarheid van betrokkene bevestigt. Met betrekking tot de door Tilanus gewenste onderzoeken door een internist en een neuroloog is aangevoerd dat de verzekeringsarts J.J. Matthijsse met de door betrokkene op die gebieden ondervonden klachten voldoende bekend was en dat daarvoor ook adequate beperkingen zijn geformuleerd. Betrokkene heeft in reactie aangegeven zich niet te kunnen verenigen met de conclusies van de deskundige.
De Raad overweegt als volgt.
In vaste rechtspraak van de Raad ligt besloten dat de Raad het oordeel van een onafhankelijke door de rechter ingeschakelde deskundige pleegt te volgen. Van feiten en omstandigheden op grond waarvan het aangewezen voorkomt in dit geval van dat uitgangspunt af te wijken is de Raad niet gebleken. De Raad neemt hierbij in aanmerking dat Tilanus zijn conclusie heeft gebaseerd op onderzoek van betrokkene, de op betrokkene betrekking hebbende medische stukken en de anamnese. Hetgeen in verweer namens betrokkene is aangevoerd, biedt onvoldoende aanknopingspunten om tot een ander oordeel te komen of voor het instellen van een nader medisch onderzoek door een deskundige internist of neuroloog. De Raad kan zich vinden in hetgeen de (bezwaar)verzekeringsartsen hebben overwogen en geoordeeld met betrekking tot de vaststelling van de medische belastbaarheid van betrokkene. Het geheel van de medische gegevens overziende is de Raad dan ook van oordeel dat betrokkene op de datum in geding op goede gronden niet ongeschikt is geacht voor de werkzaamheden van telefoniste/receptioniste die zij verrichtte voor het intreden van haar arbeidsongeschiktheid.
Gelet op het voorgaande komt de Raad tot de slotsom dat het hoger beroep slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking komt.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het inleidend beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en R.C. Stam en A.T. de Kwaasteniet als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Gunter als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 april 2007.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) M. Gunter.