ECLI:NL:CRVB:2007:BA4408
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J.G. Treffers
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaalde WAO-uitkering na herziening
Appellant ontving een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een jaar werken als chauffeur/besteller heeft het UWV de uitkering herzien naar 65 tot 80% arbeidsongeschiktheid. Vervolgens vorderde het UWV het onverschuldigd betaalde deel van de uitkering over de periode van 28 augustus 2000 tot 1 januari 2002 terug.
Appellant stelde in hoger beroep dat het herzieningsbesluit niet onherroepelijk was en dat het UWV onbevoegd was tot terugvordering. De Raad overwoog dat bezwaar of beroep de werking van het besluit niet schorst (art. 6:16 Awb Pro) en dat terugvordering verplicht is, tenzij dringende redenen tot afzien daarvan bestaan, welke in deze zaak niet zijn aangetoond.
Verder oordeelde de Raad dat een gebrekkige ondertekening van het besluit geen bevoegdheidsgebrek oplevert en dat het UWV voldoende inzicht heeft gegeven in de samenstelling van het terug te vorderen bedrag. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de onverschuldigd betaalde WAO-uitkering wordt bevestigd.