ECLI:NL:CRVB:2007:BA4478
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maximering loonsuppletie bij werkzaamheden na werkloosheid
Appellant was werkzaam als assistent hoofd administratie en werd op 1 juli 1999 werkloos. Vanaf die datum ontving hij een uitkering op grond van het BWOO. Later verrichtte appellant diverse werkzaamheden, waaronder bij Stichting Thuiszorg West-Brabant en Randstad Uitzendbureau, waarvoor hij loonsuppletie ontving. De minister paste een maximering toe op de loonsuppletie, hetgeen appellant betwistte.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens onjuiste toepassing van artikel 6:19 Awb Pro, vernietigde het besluit maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep richtte appellant zich tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen en stelde dat hij telefonisch was bevestigd dat zijn werkzaamheden passende arbeid waren, zonder melding van maximering. De minister voerde aan dat een dergelijke bevestiging geen invloed heeft op de maximering.
De Raad oordeelde dat de maximering van de loonsuppletie onomstotelijk geldt bij elke berekening, ongeacht de passendheid van de arbeid. Onbekendheid van appellant met de maximeringsbepaling doet niet af aan de verplichting van de minister deze toe te passen. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de maximering van de loonsuppletie en wijst het hoger beroep af.