ECLI:NL:CRVB:2007:BA4483
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen van WAO-besluiten wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante heeft bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) verzocht om terug te komen van eerdere beslissingen over haar arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) voor de periode van 2 september 1997 tot 1 december 2003. Dit verzoek is door het Uwv afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank Rotterdam oordeelde dat het Uwv terecht heeft geoordeeld dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren in de zin van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat er wel nieuwe medische feiten zijn die een herziening van de beslissingen rechtvaardigen. De Centrale Raad van Beroep deelt het oordeel van de rechtbank en stelt vast dat het Uwv met toepassing van artikel 4:6 Awb Pro bevoegd was het verzoek af te wijzen. De Raad ziet geen reden om aan te nemen dat het Uwv onredelijk of onrechtmatig heeft gehandeld.
Daarnaast verwijst de Raad naar zijn vaste jurisprudentie over rapporten van het Instituut Psychosofia, die door appellante zijn ingebracht. Gezien het ontbreken van nieuwe feiten en omstandigheden kan het hoger beroep niet slagen. De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en ziet geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het verzoek om terug te komen van WAO-besluiten wordt bevestigd.