ECLI:NL:CRVB:2007:BA4522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over berekening loonsuppletie onderwijs- en onderzoekspersoneel
Appellant, voormalig werknemer in het onderwijs, kreeg een loonsuppletie toegekend na ontslag en aanvaarding van een lager betaalde betrekking. De berekeningswijze van deze loonsuppletie werd vanaf 2004 aangepast, waarbij ook de eindejaarsuitkering uit de oude betrekking werd betrokken, wat leidde tot een verlaging van de uitkering.
Appellant stelde primair dat de eindejaarsuitkeringen uit zowel de oude als nieuwe betrekking niet in de berekening betrokken mochten worden en subsidiair dat de hoogte van de oude eindejaarsuitkering aangepast moest worden aan het niveau van 2004. De minister verdedigde zijn standpunt dat een procentuele eindejaarsuitkering als vaste toelage geldt volgens artikel 38, zevende lid, BWOO.
De Raad oordeelde dat de minister terecht rekening hield met de eindejaarsuitkering als vaste toelage en dat de wijziging in de berekeningswijze niet in strijd was met het BWOO. Tevens werd vastgesteld dat het beleid van de minister om algemene loonsverhogingen mee te nemen buitenwettelijk begunstigend was, maar dit had geen nadelige gevolgen voor appellant.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en oordeelde dat de minister bevoegd was de berekeningswijze zonder terugwerkende kracht te wijzigen. De primaire en subsidiaire bezwaren van appellant werden verworpen, waarmee het beroep ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van de minister en verklaart het beroep van appellant ongegrond.