ECLI:NL:CRVB:2007:BA4526
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Ontslag ambtenaar wegens verstoorde arbeidsverhoudingen en gebrek aan vertrouwen
Appellante trad in 1990 in dienst bij de gemeente Eindhoven en heeft sindsdien diverse functies vervuld. Na klachten over niet-passende functies en langdurige ziekteverzuim is zij in 2000 benoemd tot secretaresse van de ondernemingsraad. Door conflicten met de voorzitter en secretaris van de OR ontstonden verstoorde verhoudingen, waarna haar werkzaamheden werden stopgezet en zij zich ziek meldde.
Het college besloot in 2002 tot ontslag wegens onherstelbaar verstoorde verhoudingen, wat werd bevestigd na bezwaar en een eerdere vernietiging door de rechtbank wegens motiveringsgebrek. Appellante voerde aan dat het college onvoldoende passende functies bood en dat de functie van secretaresse OR uitgehold was.
De Raad oordeelt dat het college bevoegd was tot ontslag, omdat sprake was van een impasse die verdere samenwerking onmogelijk maakte. De Raad vindt onvoldoende bewijs dat het college schuld had aan de impasse of dat functies ongeschikt waren. De ontslaggrond is terecht toegepast en het college heeft redelijk gehandeld. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag van appellante wegens verstoorde verhoudingen wordt bevestigd.