ECLI:NL:CRVB:2007:BA4594
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J.G. Treffers
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van WAO-uitkeringsherziening en arbeidsongeschiktheid met proceskostenveroordeling
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het UWV had opgedragen een nieuw besluit te nemen over zijn WAO-uitkering, nadat deze was ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
Het UWV nam vervolgens nieuwe besluiten waarbij de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld in de klasse van 15 tot 25%. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen niet juist waren meegewogen, met name zijn onvermogen om in wisselende diensten te werken en de geschiktheid van functies als magazijnmedewerker en productiemedewerker.
De Raad stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de arbeidskundige rapportages voldoende onderbouwing boden voor de geschikte functies. Het beroep tegen het laatste besluit werd ongegrond verklaard, terwijl het hoger beroep en het beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk werden verklaard.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant en tot betaling van wettelijke rente over de na te betalen uitkering, met vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep en het beroep tegen het besluit van 4 mei 2005 zijn niet-ontvankelijk verklaard; het beroep tegen het besluit van 21 februari 2007 is ongegrond verklaard; het UWV is veroordeeld tot proceskosten en rentevergoeding.