ECLI:NL:CRVB:2007:BA4624
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J.G. Treffers
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant meldde zich ziek vanwege rug- en knieklachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde vast dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onzorgvuldig was en dat het rapport van Instituut Psychosofia onvoldoende werd meegewogen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling van het Uwv juist was. Het rapport van Instituut Psychosofia werd niet als voldoende medisch bewijs erkend, omdat het niet voldeed aan de reguliere medische standaarden die voor WAO-toepassing gelden.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad stelde dat de medische gegevens van de verzekeringsarts betrouwbaar zijn en dat de eigen mening van appellant en het Instituut Psychosofia onvoldoende gewicht heeft zonder onderbouwing door medische artsen. De Raad zag geen aanleiding om het besluit te vernietigen of artikel 8:75 Awb Pro toe te passen.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer en bevestigt de afwijzing van de WAO-uitkering op grond van onvoldoende arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.