ECLI:NL:CRVB:2007:BA4848
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, een zelfstandig kapster, werd op 6 november 2001 arbeidsongeschikt. Het UWV weigerde haar per 5 november 2002 een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) toe te kennen, omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 25% bedroeg. Het bezwaar van appellante werd ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam vernietigde het besluit echter wegens onvoldoende zorgvuldige voorbereiding en motivering van het UWV.
In hoger beroep richt de Centrale Raad van Beroep zich uitsluitend op de medische beoordeling van de arbeidsongeschiktheid. Appellante stelde dat haar beperkingen onderschat waren en bracht diverse medische rapporten in, waaronder een expertise-rapport van artsen verbonden aan het Academisch Medisch Centrum en een medisch profiel ten behoeve van arbeidskundig onderzoek.
De Raad oordeelde dat deze stukken geen aanleiding gaven om het standpunt van het UWV, gebaseerd op rapportages van verzekeringsartsen, te wijzigen. De aanvullende rapportages betroffen de situatie in 2004 en konden niet worden teruggeprojecteerd op de situatie per 5 november 2002. Daarom werd de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering wegens onvoldoende vastgestelde arbeidsongeschiktheid.