ECLI:NL:CRVB:2007:BA5082
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AOW-uitkering wegens niet-ingezetenschap in jaren 1966-1969
Appellant stelde in hoger beroep dat hij tussen 17 april 1966 en 17 april 1969 als ingezetene van Nederland moest worden aangemerkt op grond van zijn bindingen en arbeidsverleden, zodat de korting op zijn AOW-uitkering onterecht zou zijn.
De Raad heeft de aangevoerde argumenten en de feitelijke gegevens beoordeeld, maar vond geen overtuigende nieuwe aanknopingspunten om af te wijken van het uitvoeringsbeleid van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Volgens dit beleid geldt dat het ingezetenschap pas kan worden aangenomen na een verblijfsduur van drie jaar in Nederland. De Raad benadrukte ook dat de sociale bindingen, zoals het gezinsleven, pas later in de jaren zeventig tot stand kwamen.
De rechtbank had reeds geconcludeerd dat appellant voor 17 april 1969 niet als ingezetene kon worden beschouwd en dat hij ook niet op basis van werken verzekerd was voor de AOW. De Centrale Raad bevestigt deze conclusie en wijst het hoger beroep af. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De korting op de AOW-uitkering wegens niet-ingezetenschap tussen 1966 en 1969 wordt bevestigd.