ECLI:NL:CRVB:2007:BA5082

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 mei 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-5458 AOW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • B.J. van der Net
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 AOWArt. 6 AOW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging korting AOW-uitkering wegens niet-ingezetenschap in jaren 1966-1969

Appellant stelde in hoger beroep dat hij tussen 17 april 1966 en 17 april 1969 als ingezetene van Nederland moest worden aangemerkt op grond van zijn bindingen en arbeidsverleden, zodat de korting op zijn AOW-uitkering onterecht zou zijn.

De Raad heeft de aangevoerde argumenten en de feitelijke gegevens beoordeeld, maar vond geen overtuigende nieuwe aanknopingspunten om af te wijken van het uitvoeringsbeleid van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Volgens dit beleid geldt dat het ingezetenschap pas kan worden aangenomen na een verblijfsduur van drie jaar in Nederland. De Raad benadrukte ook dat de sociale bindingen, zoals het gezinsleven, pas later in de jaren zeventig tot stand kwamen.

De rechtbank had reeds geconcludeerd dat appellant voor 17 april 1969 niet als ingezetene kon worden beschouwd en dat hij ook niet op basis van werken verzekerd was voor de AOW. De Centrale Raad bevestigt deze conclusie en wijst het hoger beroep af. Er worden geen proceskosten opgelegd.

Uitkomst: De korting op de AOW-uitkering wegens niet-ingezetenschap tussen 1966 en 1969 wordt bevestigd.

Uitspraak

06/5458 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 7 augustus 2006, 06/370 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (hierna:SVB)
Datum uitspraak: 10 mei 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. P.R. Klaver, advocaat te Bergen op Zoom, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
De SVB heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting is aan de orde gesteld op 19 april 2007. Partijen zijn daar niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
Het geschilpunt in hoger beroep komt hierop neer dat appellant zich ook tussen 17 april 1966 en 17 april 1969 onder verwijzing naar zijn bindingen en arbeidsverleden als ingezetene van Nederland beschouwt, zodat over die jaren ten onrechte een - te hoge - korting op zijn AOW- pensioen is toegepast.
Met toepassing van de artikelen 2 en 6 van de AOW en onder inachtneming van het beleid van de SVB ter zake van het geleidelijk verkrijgen van het ingezetenschap na vestiging hier te lande is de rechtbank in de aangevallen uitspraak tot de gemotiveerde conclusie gekomen dat appellant voor 17 april 1969 niet als ingezetene van Nederland
was te beschouwen en op die grond niet verzekerd was voor de AOW, omdat volgens het beleid van de SVB, zoals ook verwoord in het na bezwaar genomen besluit van 8 december 2005, eerst een verblijfsduur van 3 jaar in Nederland moest worden gerealiseerd. De rechtbank acht tevens onvoldoende aannemelijk gemaakt dat appellant op basis van werken verzekerd was voor de AOW.
De Raad heeft gegeven de summiere, indicatieve motivering van het hoger beroep enerzijds en onder kennisneming van de feitelijke gegevens in de stukken anderzijds geen overtuigende - nieuwe - concrete aanknopingspunten aangetroffen om anders dan de rechtbank - het begin van bewijs van - zodanig werk en zodanige economische en sociale bindingen aan te nemen dat in afwijking van het uitvoeringsbeleid reeds tussen medio 1966 en medio 1969 het ingezetenschap en het verzekerd zijn van de appellant voor de toepassing van de AOW zou kunnen en mogen worden aangenomen. Van zeer bijzondere omstandigheden welke hiertoe alsnog zouden kunnen leiden is de Raad evenmin gebleken. Met de rechtbank acht de Raad wat de sociale binding betreft trouwens significant dat de echtgenote van appellant eerst in de verdere loop van de jaren zeventig naar Nederland is gekomen.
De aangevallen uitspraak komt dan ook voor bevestiging in aanmerking.
De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
Er wordt derhalve beslist als volgt.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door B.J. van der Net. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 10 mei 2007.
(get.) B.J. van der Net.
(get.) R.E. Lysen.
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip ingezetene.