ECLI:NL:CRVB:2007:BA5087

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 mei 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-4769 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.J. van der Vos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid

Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te herzien van een arbeidsongeschiktheid van 80-100% naar 15-25% per 1 september 2004. Na bezwaar stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid bij op 45-55%. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.

De Raad heeft het oordeel van de rechtbank Breda gevolgd dat de verzekeringsartsen terecht hebben vastgesteld dat appellante beperkingen ondervond bij het verrichten van arbeid, maar dat zij geschikt was voor bepaalde functies. De medische beperkingen zijn niet te gering vastgesteld en de klachten van depressieve aard zijn in de beoordeling meegenomen.

Appellante heeft in hoger beroep geen nieuwe informatie aangeleverd die aanleiding geeft om aan de bevindingen van de verzekeringsartsen te twijfelen. De Raad ziet geen grond om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen en verklaart het hoger beroep ongegrond.

De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarmee het bestreden besluit waarin de WAO-uitkering is herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55% per 1 september 2004.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid per 1 september 2004.

Uitspraak

05/4769 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 29 juni 2005, 04/2588 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 11 mei 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. J. van Os, advocaat te Tilburg, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 april 2007. Appellante is met voorafgaand bericht niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door L. den Hartog.
II. OVERWEGINGEN
Voor een uitvoerig overzicht van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar hetgeen de rechtbank daaromtrent in de aangevallen uitspraak heeft weergegeven.
Bij besluit van 7 juli 2004 heeft het Uwv de uitkering van appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, welke laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 1 september 2004 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.
Onder gegrondverklaring van het daartegen gemaakte bezwaar is bij besluit van
18 november 2004 (het bestreden besluit) de mate van arbeidsongeschiktheid gesteld op
45 tot 55% en is naar dat percentage de uitkering per 1 september 2004 herzien.
Het bestreden besluit berust op het standpunt dat appellante weliswaar beperkingen ondervond bij het verrichten van arbeid, maar dat appellante met inachtneming van die beperkingen geschikt was voor werkzaamheden verbonden aan de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies.
De Raad kan de rechtbank volgen in haar oordeel dat op grond van de stukken kan worden aangenomen dat de (bezwaar)verzekeringsartsen bij appellante niet te geringe medische beperkingen hebben vastgesteld. De Raad neemt in aanmerking dat de verzekeringsartsen op de hoogte waren van appellantes klachten van depressieve aard en met deze klachten ook rekening gehouden hebben bij het vaststellen van de functionele mogelijkheden van appellante.
Voorts heeft appellante ook in hoger beroep geen informatie overgelegd die de Raad aanleiding geeft tot twijfel aan de bevindingen van de verzekeringsartsen inzake haar belastbaarheid op de datum in geding 1 september 2004.
Het hoger beroep slaagt niet.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos. De beslissing is, in tegenwoordigheid van T.R.H. van Roekel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2007.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) T.R.H. van Roekel.
MK