ECLI:NL:CRVB:2007:BA5088
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAJONG-uitkering na succesvolle heuparthroplastiek en afgenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de intrekking van zijn WAJONG-uitkering door het UWV, welke was gebaseerd op een afname van zijn arbeidsongeschiktheid tot minder dan 25%. De rechtbank Amsterdam had het bezwaar van appellant gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant onvoldoende medische onderbouwing heeft geleverd voor zijn stelling dat hij niet in staat zou zijn de in aanmerking genomen functies uit te oefenen. De beschikbare medische gegevens, waaronder een succesvolle totale heuparthroplastiek uit 1999, tonen aan dat appellant nauwelijks nog hinder ondervindt en dat zijn beperkingen juist zijn ingeschat.
De Raad bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank en laat de rechtsgevolgen van het intrekkingsbesluit in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de WAJONG-uitkering blijft van kracht.
Uitkomst: De intrekking van de WAJONG-uitkering wordt bevestigd wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid.