ECLI:NL:CRVB:2007:BA5094
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten en toepassingsbeperking art. 43a WAO
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin de weigering van het UWV om een WAO-uitkering toe te kennen werd bevestigd. Het verzoek tot herziening van het besluit uit 1989 werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren vastgesteld die een ander oordeel over de arbeidsongeschiktheid per 10 augustus 1988 rechtvaardigen.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat toetsing op grond van artikel 43a van de WAO niet van toepassing is, aangezien appellant niet tot de kring van verzekerden behoorde die na 30 december 1990 geen uitkering kregen toegekend. De arbeidsongeschiktheid per 2 juni 1998 is niet relevant voor de WAO-uitkering omdat appellant op dat moment niet verzekerd was.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De beslissing van het UWV blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om een WAO-uitkering toe te kennen wegens het ontbreken van nieuwe feiten en de niet-toepasselijkheid van artikel 43a WAO.