ECLI:NL:CRVB:2007:BA5101
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens onvoldoende bewijs volledige arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als ziekenverzorgster, meldde zich ziek na een val tijdens haar werk en kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25% per 20 januari 2000. Zij stelde zich echter op het standpunt volledig arbeidsongeschikt te zijn op die datum, mede vanwege psychische klachten die volgens haar onzorgvuldig waren onderzocht.
Zij voerde aan dat de verzekeringsarts had moeten onderkennen dat zij al psychische klachten had op het spreekuurcontact van 12 januari 2000, mede op basis van opmerkingen van een arbo-arts en een arbeidsdeskundige die een herbeoordeling adviseerde. De rechtbank en de Raad concludeerden dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevatte om volledige arbeidsongeschiktheid op psychische gronden per die datum vast te stellen.
De Raad erkende wel dat appellante later, vanaf augustus 2001, op psychische gronden meer arbeidsongeschikt werd verklaard. Het hoger beroep faalde omdat het wettelijke criterium zich richt op objectief medisch vastgestelde ziekte per een bepaalde datum. De uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de gedeeltelijke WAO-uitkering per 20 januari 2000 blijft gehandhaafd.