ECLI:NL:CRVB:2007:BA5107
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks geschil over medische beperkingen
Appellant ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het beroep tegen het herzieningsbesluit van de WAO-uitkering ongegrond verklaarde. Het geschil betrof vooral de medische grondslag van het besluit, waarbij appellant stelde dat zijn beperkingen onvoldoende waren onderzocht en dat de voorgestelde functies ongeschikt waren.
De Raad nam de medische gegevens en eerdere overwegingen van de rechtbank in acht en vond geen aanwijzingen dat de beperkingen van appellant ernstiger waren dan reeds vastgesteld. Ook werd de brief van de fysiotherapeut niet als doorslaggevend beschouwd. Er waren geen nieuwe medische gegevens die het oordeel konden ondermijnen.
De Raad concludeerde dat de medische beperkingen niet waren onderschat en dat de geselecteerde functies medisch passend waren. De algemene klachten van appellant over onvoldoende motivering faalden door gebrek aan concrete onderbouwing.
Daarom bevestigde de Centrale Raad van Beroep het bestreden besluit en zag geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitkering was op juiste gronden herzien.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de medische beperkingen niet zijn onderschat en de voorgestelde functies passend zijn.