ECLI:NL:CRVB:2007:BA5110
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, welke was gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55 tot 65%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de medische gegevens geen aanleiding geven tot een andere beoordeling.
De Raad baseert zich op onderzoeken van verzekeringsartsen, informatie van behandelaars en een neuropsychologisch rapport. Alleen allergie en oogklachten konden medisch worden vastgesteld, terwijl subjectieve klachten zoals pijn en vermoeidheid onvoldoende grond vormen voor arbeidsongeschiktheid volgens vaste rechtspraak.
Een door appellante ingediend arbeidsdeskundig rapport werd door de Raad afgewezen omdat het zich buiten het vakgebied begaf en medische conclusies trok. Ook werd overwogen dat de functie van groepsleerkracht zodanig is dat fysieke belasting door eigen keuzes kan worden beïnvloed.
De Raad ziet geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en bevestigt de eerdere uitspraak. De intrekking van de WAO-uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende medische grondslag voor arbeidsongeschiktheid.