ECLI:NL:CRVB:2007:BA5124
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV en verplichting tot nieuw besluit in WAO-uitkeringszaak
Appellant, arbeidsongeschikt sinds 25 juli 2002 met klachten aan handen, knieën, enkels, rug en voeten, werd door het UWV aanvankelijk geweigerd een WAO-uitkering toe te kennen omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank vernietigde dat besluit omdat het UWV onvoldoende had toegelicht dat de geselecteerde functies binnen de belastbaarheid van appellant vielen.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen ernstiger waren dan het UWV aannam en dat de geselecteerde functies zijn belastbaarheid overschreden. Het UWV nam een nieuw besluit op 27 maart 2007 waarin het een WAO-uitkering toekende van 15 tot 25%. De Raad oordeelde dat dit besluit niet volledig tegemoet kwam aan het beroep van appellant en vernietigde het besluit, waarbij het UWV werd opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.
De Raad wees tevens de vordering tot schadevergoeding af omdat het nieuwe besluit nog niet bekend was. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant en moest het betaalde griffierecht vergoeden. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige beoordeling van arbeidsbeperkingen en de noodzaak van een nieuw besluit dat volledig recht doet aan de situatie van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.