ECLI:NL:CRVB:2007:BA5130
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens procedurefout en bevestiging WAO-uitkering herziening
Appellante is sinds 1995 arbeidsongeschikt wegens depressieve klachten en fibromyalgie en ontvangt sinds 1996 een WAO-uitkering. Het UWV heeft haar uitkering in 2003 herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid (15-25%). Appellante betwist deze herziening en voert aan dat haar beperkingen ernstiger zijn, mede vanwege fibromyalgie.
De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard, maar de Centrale Raad van Beroep constateert dat de rechtbank de zaak niet rechtsgeldig heeft behandeld. Nieuwe stukken zijn toegevoegd zonder dat partijen opnieuw toestemming gaven om de zaak buiten zitting af te doen, wat in strijd is met artikel 8:57 Awb Pro. Daarom wordt de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
De Raad oordeelt inhoudelijk dat het UWV het arbeidsongeschiktheidsbegrip correct heeft toegepast en dat er geen objectief-medische aanwijzingen zijn voor ernstiger beperkingen dan reeds vastgesteld. De subjectieve klachten van appellante, zoals fibromyalgie, bieden onvoldoende grond voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het betaalde griffierecht wordt aan appellante vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het herzieningsbesluit van het UWV ongegrond.