ECLI:NL:CRVB:2007:BA5157
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen boete oplegging wegens schending mededelingsverplichting in WAO
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, legde betrokkene een boete van €66 op wegens schending van de mededelingsverplichting onder de WAO. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze boete en de terugvordering van toeslag, maar voegde het boetebesluit niet bij het bezwaarschrift.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift mede tegen het boetebesluit was gericht en dat appellant onvoldoende op de bezwaren had gereageerd door het primaire besluit niet te heroverwegen. Appellant stelde dat de rechtbank buiten de omvang van het geding was getreden en dat het bezwaarschrift niet duidelijk was gericht tegen het boetebesluit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het voornemen tot boete geen besluit was, maar het besluit van 5 april 2004 wel, en dat appellant het bezwaarschrift mede als gericht tegen het boetebesluit had moeten beschouwen. Appellant had om opheldering kunnen vragen maar deed dit niet. Daarom was het bestreden besluit vernietigbaar wegens onvoldoende reactie op bezwaren. Het hoger beroep van appellant werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt verworpen en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende reactie op bezwaren.