ECLI:NL:CRVB:2007:BA5320
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht en premieplicht meewerkende partner in privaatrechtelijke dienstbetrekking
In deze zaak staat centraal of betrokkene in de periode van 6 juli 2001 tot 2004 arbeid heeft verricht in een privaatrechtelijke dienstbetrekking voor appellante, en daarmee verzekeringsplichtig is voor sociale premies over 2001 tot en met 2003. Betrokkene werkte als verkoopster op de markt voor haar schoonvader, waarbij zij circa 12 uur per week tegen betaling van f 150,-- per week arbeid verrichtte.
De rechtbank had reeds geoordeeld dat er sprake was van een dienstbetrekking onder gezag van de schoonvader, en dat loon was betaald dat niet marginaal was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat betrokkene niet meer onder gezag werkte en slechts voor het contact met klanten en gezelligheid naar de markt ging, en dat zij alleen betaling van haar echtgenoot ontving. Tevens werd aangevoerd dat het Uwv te laat een standpunt innam, wat in strijd zou zijn met het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel.
De Raad oordeelt dat betrokkene feitelijk ononderbroken werkzaamheden verrichtte onder gezag van haar schoonvader, tegen een door hem betaalde vergoeding, en dat dit niet als een vrijblijvende vriendendienst kan worden gezien. De verlate besluitvorming door het Uwv is volgens de Raad acceptabel binnen de wettelijke verjaringstermijn en schendt geen vertrouwens- of zorgvuldigheidsbeginsel. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de verzekeringsplicht en premieplicht worden bevestigd.