ECLI:NL:CRVB:2007:BA5518
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Opschorting WAO-uitkering wegens niet rechtmatig verblijf in Nederland
Appellant maakte bezwaar tegen de opschorting van zijn WAO-uitkering per 1 september 2003 door het UWV, omdat hij niet langer rechtmatig in Nederland verbleef. Het UWV baseerde zich op artikel 50a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) in samenhang met artikel 8 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellant inderdaad niet meer rechtmatig in Nederland verbleef, omdat zijn beroep tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning definitief was afgewezen. Hoewel appellant stelde dat hij sociaal verzekerd was en rechtmatig verbleef op 1 juli 1998, was dit voor de beoordeling van de opschorting niet relevant.
De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd bevestigd dat de Koppelingswet in het algemeen niet op bedenkingen stuit, behalve voor diegenen die vóór 1 juli 1998 op reguliere wijze verzekerd waren en in afwachting waren van een verblijfsvergunning. De Raad concludeerde dat de opschorting van de uitkering terecht was en bevestigde de aangevallen uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De opschorting van de WAO-uitkering wegens niet rechtmatig verblijf in Nederland wordt bevestigd.