ECLI:NL:CRVB:2007:BA5522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en deugdelijke motivering van arbeidsongeschiktheidspercentage
Appellant betwistte de herziening van zijn WAO-uitkering van 80-100% naar 15-25%, later aangepast naar 25-35%, en stelde dat zijn arbeidsongeschiktheid hoger is. De Raad liet zich adviseren door een psychiater die ernstige beperkingen constateerde, maar het UWV paste de functionele mogelijkhedenlijst (FML) aan en handhaafde een lagere mate van arbeidsongeschiktheid.
De Raad oordeelde dat het bezwaarbesluit van het UWV op een ondeugdelijke grondslag berust, met name omdat onvoldoende rekening is gehouden met het normale handelingstempo dat appellant niet kan halen. De functies waarvoor appellant geschikt werd geacht vereisen immers een normaal werktempo, wat niet haalbaar is volgens de deskundige.
Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het nieuwe bezwaarbesluit de grieven van appellant ten volle behandelt. De Raad vernietigde het bezwaarbesluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellant en het terugbetalen van het griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij herziening van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard, het bezwaarbesluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.