ECLI:NL:CRVB:2007:BA5580
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering met terugwerkende kracht en zorgvuldigheidstoets
Appellant was sinds april 2003 werkzaam in een rozenkwekerij en meldde zich ziek in juli 2003 wegens benauwdheid en psychische klachten. Na medisch onderzoek werd hij per 29 september 2003 geheel arbeidsgeschikt verklaard door de arbo-arts van zijn werkgever. Het UWV beëindigde daarop de Ziektewetuitkering met terugwerkende kracht tot die datum. Appellant maakte bezwaar en vroeg een second opinion aan, waarna een verzekeringsarts van het UWV de arbeidsongeschiktheid bevestigde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het UWV onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte bij de terugwerkende beëindiging van de uitkering, mede omdat medische gegevens van de arbodienst niet meer te achterhalen waren en de huisartsgegevens duiden op aanhoudende klachten op de datum van de hersteldverklaring.
De Raad stelt vast dat de uitkering pas per 25 oktober 2003 kan worden beëindigd, de datum waarop appellant schriftelijk werd geïnformeerd over het onderzoek van de verzekeringsarts. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellant.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering wordt beëindigd met ingang van 25 oktober 2003 en het besluit tot terugwerkende beëindiging per 29 september 2003 wordt vernietigd.