ECLI:NL:CRVB:2007:BA5724
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens overschrijding termijn ziekengeld
Appellant kreeg op 3 februari 2005 bericht van het UWV dat hij vanaf 1 maart 2005 geen recht meer had op ziekengeld omdat hij niet arbeidsongeschikt was. Appellant diende op 22 februari 2005 een bezwaarschrift in, dat op 25 februari werd ontvangen. Het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de wettelijke termijn van twee weken was ingediend.
De gemachtigde van appellant erkende dat het besluit waarschijnlijk op 4 februari 2005 bij de bewindvoerder was aangekomen, die de post wekelijks doorstuurde. Hierdoor had appellant het besluit mogelijk al op 12 februari ontvangen, binnen de termijn om bezwaar te maken. De Raad oordeelde dat appellant dan ook tijdig bezwaar had moeten maken.
Appellant maakte niet aannemelijk dat hij door psychische redenen niet in staat was om tijdig bezwaar te maken. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat het bezwaar niet-ontvankelijk is. Er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn.