ECLI:NL:CRVB:2007:BA5726
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld na herstelverklaring
Appellant verrichtte laatstelijk produktiewerk via een uitzendbureau en werd op 18 maart 2004 wegens rugklachten arbeidsongeschikt verklaard. Een verzekeringsarts stelde vast dat de schoudergordel overbelast was geweest maar weer normaal belastbaar was, waarna appellant per 5 juli 2004 hersteld werd verklaard en het recht op ziekengeld werd beëindigd.
In de bezwaarfase bevestigde een bezwaarverzekeringsarts deze bevindingen en constateerde een volledig ongestoorde functie van nek, schouders, armen en rug. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en ook de rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de medische gegevens onvoldoende aanleiding boden voor een ander oordeel.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de medische bevindingen. Er zijn geen nieuwe medische gegevens ingebracht die het oordeel van de verzekeringsartsen weerleggen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van het recht op ziekengeld wegens herstel.