ECLI:NL:CRVB:2007:BA5734
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, voormalig bedradingsmonteur, ontving een WW-uitkering en meldde zich ziek na een elektrische schok. Het UWV beëindigde het ziekengeld per 27 maart 2004 na medisch onderzoek door verzekeringsarts Baltus, die appellant geschikt achtte voor arbeid. Appellant maakte bezwaar en werd opnieuw onderzocht door bezwaarverzekeringsarts Reker, die de eerdere conclusie bevestigde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de medische gegevens, waaronder een brief van dr. Hajooze, geen aanleiding gaven tot het aannemen van ongeschiktheid. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was omdat geen inspanningsonderzoek was gedaan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe medische informatie bevatte die het eerdere oordeel zou kunnen wijzigen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV, en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.