ECLI:NL:CRVB:2007:BA5738
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ziekengeld wegens geschiktheid voor eenvoudige arbeid
Appellant, voormalig tuinbouwmedewerker, meldde zich ziek wegens psychische klachten en ontving aanvankelijk ziekengeld. Na onderzoek door verzekeringsarts Gart en bezwaarverzekeringsarts Van de Merwe werd geconcludeerd dat appellant weliswaar psychische klachten heeft, maar geschikt is voor eenvoudige, niet-stresserende werkzaamheden. Het UWV beëindigde daarom het ziekengeld per 4 oktober 2004. Appellant maakte bezwaar en stelde dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en zijn klachten werden onderschat. Zowel de rechtbank Rotterdam als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en de conclusie gerechtvaardigd. De Raad benadrukte dat appellant geen aanvullende medische informatie had aangeleverd die een ander oordeel zou rechtvaardigen. De werkzaamheden als tuinbouwmedewerker werden als eenvoudige arbeid beoordeeld, passend bij de medische bevindingen. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.