ECLI:NL:CRVB:2007:BA5739
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende toelichting CBBS-systeem
Appellante, een oproepmedewerkster in de kinderopvang, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige werd geconcludeerd dat zij geschikt was voor bepaalde functies binnen het CBBS, met een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Het Uwv trok daarop haar uitkering in.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. In hoger beroep stelde zij dat haar rechten waren geschonden doordat de bezwaararbeidsdeskundige-rapportage pas in de procedure bij de rechtbank was ingebracht en dat de functies fysiek te zwaar waren.
De Raad oordeelde dat het CBBS-systeem in beginsel aanvaardbaar is, maar dat het bestreden besluit onvoldoende was toegelicht. Daarom werd het besluit en de aangevallen uitspraak vernietigd, doch de rechtsgevolgen van het besluit werden in stand gelaten. Het Uwv werd verplicht het griffierecht aan appellante te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.