ECLI:NL:CRVB:2007:BA5745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na beoordeling arbeidsmogelijkheden
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 14 januari 2004 in te trekken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de verzekeringsartsen terecht de belastbaarheid van appellante hadden vastgesteld en dat de door haar aangevoerde medische rapporten geen aanleiding gaven tot twijfel.
De Raad overwoog dat de arbeidsdeskundige rapportages voldoende toelichting gaven waarom de resterende functies geschikt zijn voor appellante, ondanks enkele beperkingen. De functies die als passend werden aangemerkt, zoals arbeidsbemiddelaar en receptionist, overschrijden slechts in beperkte mate de beperkingen die door de artsen waren vastgesteld.
De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank en verwierp het beroep van appellante. Het commentaar van de bezwaarverzekeringsarts op het medische rapport van de orthopedisch chirurg werd als afdoende gemotiveerd beschouwd. Er was geen objectieve medische onderbouwing voor de door appellante genoemde beperkingen die verder gingen dan de Functionele Mogelijkheden Lijst.
Daarmee werd het bestreden besluit van het UWV bevestigd en het hoger beroep van appellante ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd.