ECLI:NL:CRVB:2007:BA5749
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over arbeidsongeschiktheid en urenbeperking
Appellante, sinds 1992 arbeidsongeschikt wegens depressieve klachten, kreeg aanvankelijk een uitkering gebaseerd op 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na herbeoordeling in 2003 stelde een verzekeringsarts dat zij geen urenbeperking meer nodig had, wat leidde tot een verlaging van de uitkering naar 35-45%.
Appellante voerde bezwaar aan omdat het UWV geen informatie uit de behandelende sector had opgevraagd en haar gezondheidstoestand niet was verbeterd. De bezwaarverzekeringsarts onderschreef het oordeel van de primaire arts, waarna het bezwaar ongegrond werd verklaard.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering van de geschiktheid voor functies, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellante ging hiertegen in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende had onderbouwd waarom de urenbeperking was vervallen, vooral gezien eerdere rapportages en het ontbreken van verbetering in haar gezondheid. Daarom kon het besluit niet in stand blijven en werd het vernietigd.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het vervallen van de urenbeperking.