ECLI:NL:CRVB:2007:BA5752
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en gedeeltelijke toekenning WAO-uitkering met schadevergoeding
Appellant viel uit na een auto-ongeval in 1995 en kreeg een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid toegekend. Het Uwv trok deze uitkering in 2003 in op basis van een medische en arbeidskundige beoordeling die een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% vaststelde. Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij meer beperkt was, onderbouwd met rapportages van medisch specialisten en loonstroken.
De rechtbank wees het bezwaar af, maar in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het latere besluit van het Uwv, waarin een gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van 25-35% wordt vastgesteld, in de plaats treedt van het eerdere intrekkingsbesluit. Dit betekent dat de intrekking ten onrechte was en het beroep tegen het eerste besluit gegrond moet worden verklaard. De Raad stelt dat appellant met inachtneming van zijn functionele mogelijkheden in staat is de aan de schatting ten grondslag gelegde functies te verrichten.
De Raad acht het medisch en arbeidskundig onderzoek waarop het nieuwe besluit is gebaseerd juist en wijst het verzoek om een deskundige af. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding op grond van rentevergoeding toegewezen. De Raad veroordeelt het Uwv tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. De uitspraak vernietigt het eerdere vonnis van de rechtbank en bevestigt het gewijzigde besluit van het Uwv.
Uitkomst: Het beroep tegen het intrekkingsbesluit wordt gegrond verklaard en het gewijzigde besluit tot gedeeltelijke toekenning van de WAO-uitkering wordt bevestigd met toekenning van schadevergoeding.