ECLI:NL:CRVB:2007:BA5859
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig agrarisch medewerker, verzocht om een WAO-uitkering na uitval wegens rugklachten. Het UWV weigerde de uitkering per 30 september 2003, omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd ingeschat. Appellant stelde dat zijn schouderklachten onvoldoende waren meegenomen in de beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad baseerde zich op medische rapporten van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts, die concludeerden dat de beperkingen juist waren vastgesteld. De schouderklachten waren wel degelijk onderzocht en meegenomen, waarbij ook een orthopedisch chirurg geen aanleiding zag voor extra beperkingen.
Appellant heeft zijn stelling dat meer beperkingen gelden niet onderbouwd met medische gegevens. De Raad vond geen reden om het besluit te vernietigen of te wijzigen en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.