ECLI:NL:CRVB:2007:BA5870
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant meldde zich ziek met rug-, schouderklachten en klachten gerelateerd aan hoge bloeddruk. Het UWV weigerde een WAO-uitkering toe te kennen omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. De rechtbank vernietigde het besluit omdat het UWV pas na het besluit een deugdelijke en inzichtelijke motivering gaf over de passendheid van de functies vanuit medisch oogpunt, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat hij volledig arbeidsongeschikt is en dat de voorgehouden functies medisch niet passend zijn. De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat er geen reden is om te twijfelen aan de medische beoordeling van het UWV en dat de later overgelegde rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige een sluitende motivering geeft voor de geschiktheid van de functies.
De Raad bevestigde dat de belasting van de functies de vastgestelde belastbaarheid van appellant niet overschrijdt en dat de functie printmonteur passend is. Ook een ontheffing van arbeids- en reïntegratieverplichtingen door de gemeente na de peildatum is niet relevant voor de WAO-beoordeling.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, waarmee het bestreden besluit terecht is vernietigd maar de rechtsgevolgen in stand zijn gelaten.
Uitkomst: De aangevallen uitspraak wordt bevestigd; het bestreden besluit is terecht vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat appellant geen recht heeft op een WAO-uitkering.