ECLI:NL:CRVB:2007:BA5878
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking Ziektewetuitkering wegens niet ontvangen hoorzittingsuitnodiging
Appellant, laatstelijk werkzaam als pompbediende/kassier, ontving vanaf 30 september 2003 een Ziektewetuitkering wegens rug- en psychische klachten. Het UWV besloot op 16 augustus 2004 de uitkering te beëindigen omdat appellant volgens medisch onderzoek weer geschikt was voor arbeid. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat hij de uitnodiging voor de hoorzitting op 6 oktober 2004 nooit had ontvangen, omdat deze niet aangetekend naar zijn huisadres was gestuurd, terwijl hij had verzocht post naar een postbus te laten verzenden.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat de uitnodiging wel was ontvangen. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het UWV de post ondanks het verzoek van appellant toch naar het huisadres had gestuurd en dat appellant aannemelijk had gemaakt de uitnodiging niet te hebben ontvangen. Dit was in strijd met artikel 7:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waardoor het besluit en de uitspraak van de rechtbank vernietigd werden.
De Raad besloot vervolgens het geschil inhoudelijk te beslechten en concludeerde dat op grond van de medische rapportages appellant op de datum van het besluit geschikt was voor arbeid. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit werden daarom geheel in stand gelaten. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de Ziektewetuitkering wordt vernietigd wegens niet ontvangen hoorzittingsuitnodiging, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.