ECLI:NL:CRVB:2007:BA5901
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- K. Zeilemaker
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tijdelijke aanstelling zonder conversie naar dienstverband voor onbepaalde tijd
Appellante was sinds 1994 werkzaam bij de Universiteit Maastricht (UM), aanvankelijk op oproepbasis als enquêtrice en later als tijdelijke onderzoeksassistente van juli 2002 tot februari 2004. Zij stelde dat haar aanstelling doorlopend was en dat op grond van de CAO Nederlandse Universiteiten (NU) per 1 februari 2004 een dienstverband voor onbepaalde tijd was ontstaan vanwege het overschrijden van de maximale duur van vier jaar voor tijdelijke aanstellingen.
Het college van bestuur beëindigde de tijdelijke aanstelling per 1 februari 2004 en verklaarde het bezwaar van appellante tegen deze beëindiging ongegrond. De rechtbank Maastricht oordeelde eveneens dat geen sprake was van een dienstverband voor onbepaalde tijd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt dat de voorovereenkomst van 1994 slechts een oproepcontract betrof, wat niet meetelt voor de conversie naar een vast dienstverband. De tijd als oproepkracht wordt expliciet uitgezonderd bij de berekening van de maximale aanstellingsduur volgens de CAO NU. De tijdelijke aanstelling als onderzoeksassistente overschreed noch de maximale duur noch het maximaal aantal verlengingen, zodat geen recht op een dienstverband voor onbepaalde tijd bestaat.
De Raad concludeert dat het bestreden besluit terecht in stand is gelaten en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De tijdelijke aanstelling van appellante is niet omgezet in een dienstverband voor onbepaalde tijd en het besluit tot beëindiging wordt bevestigd.