ECLI:NL:CRVB:2007:BA5940
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WW-uitkering wegens onvoldoende inspanning passende arbeid te verkrijgen
Appellant ging in hoger beroep tegen een beslissing van het UWV waarbij zijn WW-uitkering met 20% werd verlaagd gedurende 16 weken. Deze verlaging was gebaseerd op de constatering dat appellant in de periode van 20 juni 2005 tot en met 17 juli 2005 onvoldoende had geprobeerd passende arbeid te verkrijgen.
De rechtbank Maastricht had het beroep van appellant eerder ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel. De Raad stelt dat het hoger beroep geen nieuwe argumenten bevat die het eerdere oordeel kunnen wijzigen.
Het geschil wordt beoordeeld aan de hand van de Werkloosheidswet en de daarop berustende bepalingen zoals die golden ten tijde van het geschil. De Raad ziet geen aanleiding om de uitspraak van de rechtbank te vernietigen en bevestigt daarom de verlaging van de WW-uitkering.
Daarnaast is overwogen dat er geen grond is voor een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen en uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2007.
Uitkomst: De verlaging van de WW-uitkering met 20% gedurende 16 weken wordt bevestigd wegens onvoldoende inspanning passende arbeid te verkrijgen.