ECLI:NL:CRVB:2007:BA5957
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na deskundigenonderzoek bij whiplashklachten
Appellant, werkzaam als schilder, viel uit door een whiplashtrauma na een aanrijding in 1996 en kreeg een WAO-uitkering op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV besloot de uitkering in te trekken per 29 oktober 2002 wegens vermindering van de arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15%. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen, waaronder spierspanning na inspanning, niet goed waren erkend en verwees naar medische rapporten die restklachten bevestigen.
De Centrale Raad van Beroep benoemde een onafhankelijke deskundige, neuroloog/psychiater Kemperman, die appellant onderzocht en concludeerde dat er geen objectiveerbare neurologische of psychiatrische afwijkingen waren en dat de beperkingen zoals opgenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) correct waren vastgesteld. Kemperman vond een nader onderzoek na inspanning niet noodzakelijk en handhaafde zijn oordeel ondanks de door appellant gestelde klachten.
De Raad oordeelde dat er geen bijzondere omstandigheden waren om af te wijken van het deskundigenoordeel en dat de medische beoordeling zorgvuldig en consistent was gemotiveerd. De arbeidskundige beoordeling toonde aan dat de geduide functies passend waren en dat appellant voldeed aan de diploma-eis. De intrekking van de WAO-uitkering werd daarom bevestigd en het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat geen objectiveerbare beperkingen zijn vastgesteld die een hogere arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen.