ECLI:NL:CRVB:2007:BA6078
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij intrekking bijstand wegens niet-naleving inlichtingenplicht
Verzoekster had bijstand ontvangen die door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam met ingang van 15 september 2005 werd ingetrokken vanwege het niet naleven van haar inlichtingenplicht. Zij had geweigerd bankafschriften van een stichting, waarvan zij voorzitter was, te overleggen. Na bezwaar verklaarde het College het besluit van intrekking ongegrond, maar de rechtbank wees het beroep van verzoekster tegen dit besluit ongegrond en wees ook haar verzoek om schadevergoeding af.
Verzoekster stelde vervolgens hoger beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen sprake was van een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening zou rechtvaardigen. Het geschil betrof een afgesloten periode en er was geen aannemelijk gemaakt dat door het uitblijven van de bijstand bedreigende schulden waren ontstaan.
Ook de latere intrekking van de bijstand per 1 februari 2007 wegens het wissen van bankafschriften was niet relevant voor dit verzoek omdat dit niet onderdeel uitmaakte van het hoger beroep. De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening daarom af en verwees verzoekster naar de voorzieningenrechter van de rechtbank voor eventuele voorlopige voorzieningen in de lopende procedures.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.