ECLI:NL:CRVB:2007:BA6080
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over voortzetting WAO-uitkering wegens motiveringsgebrek
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering voort te zetten op basis van een arbeidsongeschiktheid van 25-35%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad heeft in hoger beroep het besluit vernietigd wegens een motiveringsgebrek, omdat de toelichting op de passendheid van de geselecteerde functies pas in hoger beroep werd gegeven. Desondanks blijven de rechtsgevolgen van het besluit ongewijzigd volgens artikel 8:72, derde lid, Awb.
De medische beperkingen van appellant zijn door verzekeringsartsen vastgesteld en onderbouwd met rapportages van behandelaars. Er is geen aanleiding om deze beperkingen te betwijfelen. De Raad concludeert dat de functies die appellant geacht wordt te kunnen verrichten passend zijn, ondanks klachten zoals rugpijn en een slepend been.
De Raad veroordeelt het UWV tot betaling van proceskosten aan appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. Hiermee wordt het hoger beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de uitkering blijft ongewijzigd.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven ongewijzigd.