ECLI:NL:CRVB:2007:BA6271
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing studiefinanciering met ingang van oktober 2004 wegens ontbreken rechtens relevante toezegging
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het moment van toekenning van studiefinanciering, stellende dat haar telefonisch was toegezegd dat een aanvraag binnen de eerste zeven dagen van de maand nog met ingang van diezelfde maand zou worden gehonoreerd.
De IB-Groep had studiefinanciering toegekend met ingang van november 2004 na een aanvraag van 2 oktober 2004. De rechtbank had het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat er een ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezegging is gedaan door een medewerkster van de IB-Groep. Bovendien kon appellante geen naam noemen van de medewerkster en was de datum van het telefoongesprek onzeker.
De Raad benadrukt dat een positieve en rechtens relevante toezegging niet kan voortvloeien uit onvolledige of niet gedane mededelingen. Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en blijft de toekenning van studiefinanciering met ingang van november 2004 gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de studiefinanciering wordt toegekend met ingang van november 2004.