ECLI:NL:CRVB:2007:BA6274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 1 juli 1995
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van een WAO-uitkering op grond van onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 1 juli 1995. De rechtsvoorganger van het UWV had vastgesteld dat appellant vanaf die datum volledig arbeidsongeschikt was, maar geen recht op uitkering had vanwege het ontbreken van inkomen uit arbeid in het voorafgaande jaar. Na vernietiging van een eerdere beslissing door de Raad werd nader onderzoek verricht naar de oorzaak en mate van arbeidsongeschiktheid.
Het UWV concludeerde dat de arbeidsongeschiktheid per 1 juli 1995 mede voortvloeide uit dezelfde oorzaak als de eerdere uitkering en stelde de functionele beperkingen bij. De bezwaarverzekeringsarts achtte appellant minder zwaar beperkt op enkele aspecten dan eerder aangenomen, wat leidde tot een verlies aan verdiencapaciteit van minder dan 15%. Op basis hiervan werd het bezwaar ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het UWV vrij stond om het standpunt over de mate van arbeidsongeschiktheid te wijzigen en onderschrijft het oordeel dat appellant in staat was de geselecteerde functies te vervullen. De Raad ziet geen grond voor veroordeling in proceskosten en bevestigt het besluit van het UWV.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 1 juli 1995.