ECLI:NL:CRVB:2007:BA6278
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging WAO-uitkering wegens onduidelijke beperkingen in FML
Appellant ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te verlagen naar een arbeidsongeschiktheid van 15–25% per 13 oktober 2003. Hij stelde dat zijn beperkingen door rugklachten ernstiger waren dan door het UWV aangenomen. De rechtbank verwierp dit op basis van een brief van de orthopedisch chirurg en de verzekeringsarts.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank, maar constateerde dat in de aanvankelijk gebruikte Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) verborgen beperkingen waren opgenomen die niet voldoende waren toegelicht. Hierdoor werd het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
In hoger beroep werd dit gebrek hersteld met een aangepaste FML. Hoewel hierdoor niet alle aanvankelijk als geschikt beoordeelde functies gehandhaafd konden worden, bleven er voldoende functies over en veranderde de mate van arbeidsongeschiktheid niet. Daarom liet de Raad de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan appellant, inclusief het betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 11 mei 2007.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onduidelijkheden in de FML, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.