ECLI:NL:CRVB:2007:BA6360
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Toekenning nabestaandenuitkering met beperkte terugwerkende kracht volgens Algemene Nabestaandenwet
Appellant verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene Nabestaandenwet (Anw) na het overlijden van zijn echtgenote. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende de uitkering toe met terugwerkende kracht van één jaar, conform het beleid dat slechts in bijzondere gevallen een langere terugwerkende kracht wordt toegekend.
Appellant stelde dat hij vanwege rouwverwerking en depressie niet eerder een aanvraag kon indienen en dat hij niet tijdig geïnformeerd werd over zijn rechten. De Svb en rechtbank oordeelden dat deze omstandigheden onvoldoende waren om te spreken van een bijzonder geval. De enkele onbekendheid met de wet en de ondersteuning door familie en een administratiekantoor maakten dat appellant redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar bracht geen nieuwe feiten aan. De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de Svb terecht de terugwerkende kracht beperkte tot één jaar en dat het besluit voldoende gemotiveerd was. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugwerkende kracht van de nabestaandenuitkering blijft beperkt tot één jaar.