ECLI:NL:CRVB:2007:BA6362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging matiging van terugvordering WAO-uitkering met 50 procent
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch die het terugvorderingsbesluit van het UWV matigde met 50% vanwege de lange duur van de procedure. De rechtbank had eerder geoordeeld dat het UWV in strijd met de Awb had gehandeld door het terugvorderingsbesluit pas na ruim 23 maanden te nemen, waardoor matiging noodzakelijk was.
Appellant voerde aan dat het teruggevorderde bedrag onduidelijk was samengesteld en dat het gehele bedrag op nihil had moeten worden gesteld. De Raad overwoog dat het UWV het bedrag voldoende had gespecificeerd en dat er geen aanwijzingen waren dat dit onjuist was. De matiging van 50% was een discretionaire bevoegdheid van het UWV en werd door de Raad als redelijk beoordeeld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het UWV bevoegd was tot terugvordering over de periode van 1 oktober 1991 tot 1 januari 1996. De matiging van 50% werd als een aanvaardbare uitvoering van de eerdere uitspraak beschouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de matiging van 50% van het terugvorderingsbedrag en verklaart het hoger beroep ongegrond.