ECLI:NL:CRVB:2007:BA6366
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kwijtschelding studieschuld met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant verzocht om kwijtschelding van zijn studieschuld met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 1995, verwijzend naar een psychiatrische stoornis en onbekendheid met het kwijtscheldingsbeleid. De IB-Groep verleende wel kwijtschelding vanaf 1 september 2003, maar wees terugwerkende kracht af wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de weigering van kwijtschelding over de periode van 18 september tot 27 november 2003 gegrond, waarna de IB-Groep alsnog kwijtschelding verleende vanaf 1 september 2003. Appellant ging in hoger beroep tegen het deel van de uitspraak dat zijn verzoek tot terugwerkende kracht afwees.
De Raad overwoog dat het kwijtscheldingsbeleid, dat alleen kwijtschelding van het resterende schuldrestant toestaat, niet onredelijk is en dat geen van de door appellant aangevoerde omstandigheden, waaronder zijn psychiatrische opname in de jaren 1995-1996 en latere behandelingen, noch zijn onbekendheid met het beleid, zodanig bijzonder zijn dat een uitzondering op het beleid gerechtvaardigd is.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van kwijtschelding met terugwerkende kracht bevestigd.