ECLI:NL:CRVB:2007:BA6601

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 mei 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-3038 WW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M.A. Hoogeveen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen afwijzing WW-uitkering wegens termijnoverschrijding

Appellant diende bezwaar in tegen de afwijzing van zijn WW-uitkering door het UWV, omdat hij volgens eigen zeggen niet beschikbaar was voor werk. Het bezwaar werd echter niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening. De rechtbank stelde vast dat het bezwaarschrift pas na de termijn was gepost, gebaseerd op het poststempel.

In hoger beroep herhaalde appellant dat hij het bezwaarschrift tijdig had gepost en dat vertraging bij de post buiten zijn invloedssfeer lag. De Centrale Raad van Beroep volgde echter de rechtbank en oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het bezwaar tijdig was ingediend. De Raad benadrukte dat het risico van niet aangetekend verzenden voor appellant blijft.

De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. De uitspraak werd gedaan door rechter M.A. Hoogeveen op 23 mei 2007.

Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van de WW-uitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening.

Uitspraak

06/3038 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 april 2006, 04/6374
(hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 23 mei 2007.
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 april 2007. Appellant is in persoon verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S.J.M.A. Clerx, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 15 juli 2004 heeft het Uwv appellants aanvraag om WW uitkering afgewezen omdat appellant heeft aangegeven niet beschikbaar te zijn om werk te aanvaarden.
2. Appellant heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft het bezwaarschrift, naar eigen zeggen, op 24 augustus 2004 ter post bezorgd. Het Uwv heeft dit bezwaar bij besluit van 4 november 2004 (hierna: het bestreden besluit) niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.
3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe overwogen dat als bewijs dat een poststuk tijdig ter post is bezorgd volgens vaste jurisprudentie geldt de datumstempel van het postkantoor. Blijkens het poststempel is het bezwaarschrift op 27 augustus 2004 ter post bezorgd, derhalve na afloop van de daartoe geldende termijn.
4. In hoger beroep heeft appellant herhaald dat hij het bezwaarschrift op 24 augustus 2004 heeft gepost en dat hij niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de trage verwerking van post bij TPG Post omdat deze buiten zijn invloedsfeer gelegen is.
4.1. Aan de Raad ligt de vraag voor of de rechtbank gevolgd kan worden in het oordeel over het bestreden besluit. De Raad beantwoordt deze vraag bevestigend en stelt zich achter de overwegingen die de rechtbank aan de aangevallen uitspraak ten grondslag heeft gelegd. De Raad merkt hierbij nog op dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij het bezwaarschrift tijdig ter post heeft bezorgd en dat de gevolgen van het niet-aangetekend verzenden van een poststuk voor risico van appellant dient te komen.
5. Uit het bovenstaande vloeit voort dat de aangevallen uitspraak bevestigd dient te worden.
6. De Raad ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake de vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier, uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2007.
(get.) M.A. Hoogeveen.
(get.) M.D.F. de Moor.