ECLI:NL:CRVB:2007:BA6602
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WW-uitkering en toekenning renteschadevergoeding
Appellante stelde hoger beroep in tegen de intrekking van haar WW-uitkering door het UWV. Het UWV heeft later het bezwaar van appellante alsnog gegrond verklaard en de uitkering met terugwerkende kracht hervat. De Raad heeft het eerdere besluit en de aangevallen uitspraak vernietigd omdat het bezwaar geheel werd gehonoreerd.
De Raad erkende de problemen die appellante ondervond door de stopzetting van de uitkering en kwalificeerde dit als een verzoek tot vergoeding van renteschade. Op grond van eerdere jurisprudentie wees de Raad de vergoeding van wettelijke rente toe over de periode van nabetaling van de uitkering. Er werden geen andere kosten voor vergoeding vastgesteld.
De Raad bepaalde tevens dat het UWV het door appellante betaalde griffierecht in zowel eerste aanleg als hoger beroep moet vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzitter M.A. Hoogeveen op 23 mei 2007.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WW-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van renteschade en griffierecht.